Naar hoofdinhoud

Januari 2025

Een advies moet kijken naar wat een kind kan worden

Over de verschillen tussen doorstroomtoetsen en waarom een schooladvies verder moet kijken dan alleen het verleden van een leerling.

De doorstroomtoets werd ingevoerd om bij te dragen aan meer gelijke kansen in het onderwijs. Het uitgangspunt is helder: kinderen met vergelijkbare prestaties zouden vergelijkbare kansen moeten krijgen. Maar de praktijk laat zien dat het systeem niet altijd die duidelijkheid biedt. Zo zijn er niet één, maar meerdere doorstroomtoetsen. Inmiddels zijn er acht verschillende toetsen, waardoor niet iedere leerling langs exact dezelfde meetlat wordt gelegd. Onderzoek waarover de Volkskrant berichtte, laat zien dat de resultaten van verschillende toetsen niet zonder meer goed met elkaar vergelijkbaar zijn. Dat roept een belangrijke vraag op: hoe eerlijk is het om grote conclusies over de toekomst van een kind te verbinden aan één toetsmoment?

Bij Premium Bijles & Coaching zien we daarnaast in de praktijk dat met name biculturele leerlingen soms te maken krijgen met onderadvisering. Vooroordelen kunnen daarbij een rol spelen, maar ook de manier waarop naar de ontwikkeling van een leerling wordt gekeken. Een kind is geen stilstaande foto. Een leerling ontwikkelt zich. Wanneer een leerling in groep 7 en 8 een sterke groei laat zien, zou die ontwikkeling zwaar moeten meewegen. Toch wordt bij een schooladvies soms ver teruggekeken naar eerdere prestaties, waardoor het risico ontstaat dat een leerling wordt beoordeeld op wie hij of zij was, in plaats van op wie hij of zij inmiddels is geworden. Wij vinden daarom dat een schooladvies verder moet kijken dan alleen het verleden. Kijk naar de ontwikkeling. Kijk naar de recente resultaten. Kijk naar inzet, werkhouding en motivatie. En kijk vooral naar wat een leerling laat zien wanneer hij of zij de juiste begeleiding en ondersteuning krijgt. Dat betekent niet dat ieder kind automatisch een hoger advies moet krijgen. Kansrijk adviseren vraagt juist om een zorgvuldige afweging. Een hoger advies moet passen bij de ontwikkeling en mogelijkheden van de leerling.

Tegelijkertijd moeten we erkennen dat een hoger advies niet automatisch betekent dat een leerling het niet aankan. Wanneer een leerling later afstroomt, betekent dat niet per definitie dat het oorspronkelijke advies te hoog was. Ook begeleiding, motivatie, werkhouding, verwachtingen en de kwaliteit van het onderwijs spelen een belangrijke rol. De discussie over de doorstroomtoets laat daarom iets groters zien: we moeten voorkomen dat één toetsmoment bepalend wordt voor het beeld dat we van een kind hebben. Een toets kan waardevolle informatie geven. Cijfers zijn belangrijk. Maar uiteindelijk gaat het om het kind achter die cijfers.

Geef kinderen daarom niet alleen een advies dat past bij waar ze vandaan komen. Geef ze een advies dat recht doet aan waar ze naartoe kunnen groeien.